Naar de inhoud
eendraadsplannen.be Bordgids Begin met tekenen
Werkstap 3 van 8

Rijen en modules: het schema op de rail leggen

Het eendraadschema is een boom: de aansluiting, daaronder differentiëlen, daaronder automaten. Een kast heeft rijen. Deze stap legt de boom op de rail, zo dat iemand die de deur opendoet dezelfde volgorde ziet als op het schema.

De rail van het voorbeeld: zes rijen van dertien modules, rij 4 en 6 aangeduid
  1. Rij 1 · 12/13
    Diff A300 mA AC16 CC16 vrij
  2. Rij 2 · 4/13
    BC20 DC16 9 vrij
  3. Rij 3 · 12/13
    Diff B30 mA EC16 FC16 GC20 HC20 vrij
  4. Rij 4 · 12/13
    JC20 KC20 Diff E30 mA UC20 vrij
  5. Rij 5 · 12/13
    Diff C30 mA LC16 MC20 NC20 PC20 vrij
  6. Rij 6 · 12/13
    Diff D30 mA QC16 RC20 SC20 TC20 vrij

Elk vakje is een module van 18 mm. Een grijs vlak is een differentieel, een wit vak een automaat, een stippelrand is vrije ruimte. Rij 6 is de zuiverste rij van het bord: differentieel D en zijn vier kringen, niets anders. Rij 4 is een compromis, en dat is met opzet zo gekozen.

Rij 6 en rij 4 naast het schema

Uitsnede van het eendraadschema: differentieel D van 30 mA met de kringen Q badkamer, R wasmachine, S droogkast en T vaatwasmachine, en rechts differentieel E van 30 mA met kring U voor de laadpaal, automaat C20A 3P+N op kabel XVB 5G6.
Groep D en groep E van het voorbeeld. Op de rail staat groep D alleen op rij 6; groep E deelt rij 4 met de laatste twee kringen van groep B.

Zo lees je deze uitsnede

  • Diff D met Q, R, S en T: 4 + 4 × 2 = 12 modules, precies één rij met één module over.
  • Diff E is vierpolig en voedt maar één automaat: U, C20A 3P+N, ook vier modules. Samen acht modules.
  • Bij Diff E staat type A. Dat kan hier omdat deze laadpaal een ingebouwde detectie van residuele gelijkstroom heeft; zonder die detectie hoort op deze plaats een differentieel die bij een gelijkstroomfout blijft werken (AREI 7.22.4.1 b).
  • Linksboven zie je nog de punten van P: het einde van groep C, die op rij 5 zit.
  • De fase achter elke automaat (L1, L2, L3) zegt aan welke tand van de kam hij straks hangt.

Groep B telt zes kringen. Met de differentieel erbij is dat zestien modules, drie meer dan een rij. E, F, G en H passen nog achter differentieel B op rij 3; J en K schuiven door naar rij 4. Daar is na K nog acht modules plaats, net genoeg voor differentieel E met de laadpaal. Het alternatief was een rij voor alleen J en K, met negen lege modules ernaast, en dan een zevende rij voor de laadpaal.

Modules tellen

Hoeveel plaats een toestel inneemt (1 module = 18 mm)
ToestelIn dit voorbeeldModules
Differentieel, vierpoligA, B, C, D en E4
Automaat 3P+NA kookplaat, C warmtepomp, U laadpaal4
Automaat fase en nul, 2Pde zestien eenfasige kringen2
Compacte automaat 1P+Nniet gebruikt1
Totaal5 × 4 + 3 × 4 + 16 × 264

Tel de modules altijd uit de kringlijst en niet uit het hoofd: B, D, E, F, G, H, J, K, L, M, N, P, Q, R, S en T zijn de zestien eenfasige kringen, en vergeet de differentiëlen niet, die in dit bord samen al twintig modules innemen. Met compacte automaten van één module zou hetzelfde bord zestien modules minder nodig hebben; dan worden ook de vakjes op de etiketstrook half zo breed.

De volgorde die wij aanhouden

Praktijk
  1. Een differentieel staat links, zijn automaten rechts ervan, in de volgorde van de kringletters.
  2. Elke groep begint op een nieuwe rij. Loopt een groep over, dan volgt de rest meteen op de rij eronder.
  3. Een kam voedt enkel de automaten van één differentieel. Op rij 4 stopt de kam van groep B na K; differentieel E krijgt zijn eigen voeding.
  4. De zware driefasige kringen staan bovenaan, het dichtst bij de voeding van het bord.
  5. De volgorde op de rail is die van het eendraadschema. Wie A tot U op papier volgt, volgt ze ook in de kast.

Op rij 4 van het voorbeeld wijken we bewust af van de tweede en de vierde afspraak: groep E begint daar halverwege, achter J en K, en de laadpaal zit lager dan kookplaat en warmtepomp. Hoe groep E met een zevende rij toch een eigen rij krijgt, staat bij reserve per groep.

Geen van deze afspraken staat in het AREI. Ze komen uit de vraag die we ons bij elk bord stellen: vindt een collega die dit bord nooit zag, binnen een minuut de automaat van de badkamer?

Wat het AREI wel zegt over de toestellen op de rail

AREI

Zit een differentieel in een bord, dan moet de testknop gemakkelijk bereikbaar zijn, zonder gereedschap en zonder kans om onder spanning staande delen te raken. Ze horen droog te hangen, of tegen vocht afgeschermd te zijn.

Spreekt een differentieel aan, dan opent hij elke actieve geleider van wat erachter hangt, ook de nul.

Elke beveiliging krijgt een duidelijke, onuitwisbare markering, tenzij een vergissing uitgesloten is.

AREI Boek 1, versie 2026: 5.3.5.3 b en c, 3.1.3.1

Fouten bij het schikken

  • Automaten verspreid over de rijen, waar toevallig plaats was.Leg eerst groep per groep vast op papier of in SUPLAN; klik pas daarna toestellen op de rail.
  • Eén doorlopende kam over twee groepen.De kam van een groep eindigt bij haar laatste automaat. De volgende differentieel krijgt een eigen voeding.
  • De testknop verdwijnt achter een afdekplaat die enkel met een schroevendraaier los kan.Kies een afdekking waar de differentiëlen met hun testknop vrij bereikbaar blijven.